|
||||
|
|
||||
|
Herkomst
|
|
|||
|
Algemeen voorkomen
|
Een sterke, tamelijk grote hond die een tikje langer dan hoog is. Hij lijkt op een wolf zowel qua lichaamsvorm als in zijn bewegingen, vacht en kleur. | |||
|
Schofthoogte
|
reuen tenminste 65 cm; teven tenminste 60 cm | |||
|
Gewicht
|
reuen minstens 26 kg; teven minstens 20 kg | |||
|
Vacht
|
De vacht is dicht en hard. Winter en zomervacht verschillen aanzienlijk. In de winter heeft de Tsjechoslowaakse wolfhond een overvloedige ondervacht. De zo ontstane dikke vacht met kraag bedekt ook de buik, de binnenkant van de dijen, het scrotum, de binnenkant van de oren en delen tussen de tenen. Kleuren: geelgrijs tot zilvergrijs met een kenmerkend licht masker. Donkergrijs met masker is eveneens toegestaan. | |||
|
Gebruik
|
Herdershond, werkhond. | |||
|
Gezondheid
|
Geen rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend. | |||
|
Aard
|
Zeer actief, levendig, groot uithoudingsvermogen, zachtmoedig met snelle reacties. Vrij van angst en moedig. Achterdochtig, maar zeer trouw aan zijn baas. Hij kan voor vele doeleinden ingezet worden en is bestand tegen allerlei weersomstandigheden. Deze wolfhond schijnt iets steviger en wat feller te zijn dan de in Nederland ontwikkelde Saarlooswolfhond. | |||
| Bijzonderheden | Af en toe borstelen, vooral in de rui. | |||
|
|
||||
|
Bron: Raad van Beheer -
www.kennelclub.nl
|
||||