|
||||
|
Câo da Serra de Aires
|
||||
|
Herkomst
|
Dit zeer oude ras komt al sinds mensenheugenis voor in het Aires-gebergte in Portugal. Hij wordt op dezelfde manier bij de schapen ingezet als bijvoorbeeld de Pyreneese Herdershonden, de Schapendoes en de Owczarek Nizinny. Ook qua uiterlijk hebben deze rassen veel van elkaar weg. | |||
|
Algemeen voorkomen
|
Een middelgrote hond met een warrelige vacht, die soms iets hoog op de benen lijkt te staan. | |||
|
Schofthoogte
|
tussen 42 - 55 cm | |||
|
Gewicht
|
12 - 18 kg | |||
|
Vacht
|
De vacht voelt aan als geitenhaar en is lang, dik en golvend. Het haar is gelijkmatig over het lichaam verdeeld. De Cão da Serra de Aires heeft geen ondervacht. De toegestane kleuren zijn: zwart, kastanjebruin, bruin, geel, rossig, grijs of wolfsgrauw. | |||
|
Gebruik
|
Als drijver bij de kudde; tegenwoordig steeds populairder als huishond. | |||
|
Gezondheid
|
Geen bijzonderheden bekend. | |||
|
Aard
|
Slim, intelligent, leergierig, levendig en waaks. Hij beschikt over een uitstekend aanpassingsvermogen, maar vraagt een bijzonder consequente eigenaar omdat de Cão da Serra de Aires zeer eigengereid en dominant kan zijn. Portugese herders vinden het een uitdaging om hem af te richten. Deze hond is aanhankelijk en zeer trouw aan zijn eigen mensen. | |||
| Bijzonderheden | De vacht mag niet te vaak geborsteld worden en de hond moet zo min mogelijk in bad gedaan worden. | |||
|
|
||||
|
Bron: Raad van Beheer -
www.kennelclub.nl
|
||||