|
||||
|
Berghond van de Maremmen
|
||||
|
Herkomst
|
Dit oude hondenras, dat de kuddes bewaakt, is afkomstig van berghonden, die nog steeds in de Abruzzen gebruikt worden, alwaar het houden van schapen ook nu nog floreert, en van herdershonden, die tot voor kort nog voorkwamen in de regio van de Toscaanse Maremmen en in Latium. Vooral sinds 1860 heeft de seizoensgebonden trek van de veestapel van de ene regio naar de andere voor een natuurlijke vermenging gezorgd.
|
|||
|
Algemeen voorkomen
|
Een stevige hond met een goed ontwikkeld spierstelsel en een waardige, haast majestueuze uitstraling. | |||
|
Schofthoogte
|
reuen 65 - 73 cm; teven 60 - 68 cm | |||
|
Gewicht
|
reuen 35 - 45 kg; teven 30 - 40 kg | |||
|
Vacht
|
Overvloedige beharing, lang, tamelijk stug aanvoelend, vlak tegen het lichaam aan liggend, licht golvend is toegestaan. In de winter heeft de Maremma een dikke ondervacht. De kleur moet wit zijn; ivoorkleurige, bleke oranje of citroen tinten zijn toegestaan mits niet overheersend. | |||
|
Gebruik
|
Bewaker van schaapskuddes, tegenwoordig ook gezinshond. | |||
|
Gezondheid
|
Soms komt heupdysplasie voor. | |||
|
Aard
|
Alert, waaks, intelligent, aanhankelijk voor de baas maar niet afhankelijk, eigenzinnig, vriendelijk, trouw, sober en hard voor zichzelf. Gereserveerd naar vreemden, geduldig met kinderen. Hij luistert alleen als hij er zelf het nut van inziet en moet op basis van wederzijds respect met zachte hand opgevoed worden. | |||
| Bijzonderheden | Af en toe kammen of borstelen, vooral in de ruiperiode. | |||
|
|
||||
|
Bron: Raad van Beheer:www.kennelclub.nl
|
||||