|
||||
|
Grote Zwitserse Sennenhond
|
||||
|
Herkomst
|
|
|||
|
Algemeen voorkomen
|
Robuuste driekleurige hond, stevig van bot en met een goede bespiering. | |||
|
Schofthoogte
|
Reuen 65 - 72 cm, teven 60 - 67 cm | |||
|
Gewicht
|
45 tot 65 kg | |||
|
Vacht
|
Stokhaar met dichte onderwol. De grondkleur is zwart, met roestbruine en witte symmetrische aftekening. Het bruin ligt tussen het zwart en het wit in. Boven beide ogen een roestbruine stip. | |||
|
Gebruik
|
Zuinige en betrouwbare trek- en draaghond. Nu voornamelijk gezinshond. | |||
|
Gezondheid
|
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en moeten een rasgedragstest hebben doorstaan. | |||
|
Aard
|
Zeker, opmerkzaam, waakzaam en evenwichtig. Goedmoedig en aanhankelijk tegenover bekenden, zelfverzekerd en gereserveerd ten opzichte van vreemden. De hond heeft een gemiddeld temperament. | |||
| Bijzonderheden | De vacht
vereist regelmatige kam- en borstelbeurten. Een huis met een tuin is noodzakelijk. Het is zeker geen hond die de gehele dag in een kennel kan zijn. Een woning die uitsluitend via een trap te bereiken is, is ongeschikt. |
|||
|
|
||||
|
Bron: Raad van Beheer -
www.kennelclub.nl
|
||||