|
||||
|
Centraal-Aziatische Ovcharka
|
||||
|
Herkomst
|
Kuddebewaker uit Centraal-Azië. | |||
|
Algemeen voorkomen
|
Groot, iets langer dan hoog. Massief gebouwd met een krachtige bespiering. De huid is dik en elastisch, rond de nek vormen zich meestal huidplooien (wam). |
|||
|
schofthoogte
|
reuen minimaal 65 cm, teven minimaal 60 cm; er is geen maximum hoogte. | |||
|
Gewicht
|
vanaf 50 kg. | |||
|
Vacht
|
Grof en recht met dicht onderhaar. Twee vachtlengten: een lange van circa 7-8 cm; een korte van circa 3-5 cm. Wit, zwart, grijs, strokleurig, rood of bruin; getijgerd, gevlekt of gespikkeld. |
|||
|
Gebruik
|
Beschermer van de kudde tegen twee- en vierbenige indringers. Heeft een zeer consequente opvoeding nodig. Geen hond voor beginners. |
|||
|
Gezondheid
|
Geen bijzonderheden bekend. | |||
|
Aard
|
Zelfverzekerd, kalm, zeer waakzaam, terughoudend tegenover vreemden, zelfstandig, moedig en zeer dominant. |
|||
| Bijzonderheden |
De vacht vraagt weinig onderhoud, zo af en toe een keer kammen en borstelen. Deze honden hebben ruimte nodig, zijn niet geschikt voor het houden in appartementen of kleine tuintjes. |
|||
|
|
||||
|
Bron: Raad van Beheer - www.kennelclub.nl
|
||||