|
||||
|
|
||||
|
Herkomst
|
De oorsprong van de
Border Collie ligt in de grensstreek tussen Engeland en Schotland. Tijdens
het werken is zijn unieke stijl te zien zoals het karakteristieke sluipen
evenals het aangeboren 'eye' waarmee de hond de schapen een bepaalde kant
uit dwingt. De Border mag tijdens het drijven niet in de hakken of de wol
van de schapen happen of blaffen. Bij koeien, paarden of geiten mag dat
wel. |
|||
|
Algemeen voorkomen
|
Een atletische, gespierde verschijning die harmonisch en sierlijk is gebouwd. De hond is rank en oogt toch stevig. Hij maakt de indruk over een groot uithoudingsvermogen te beschikken. | |||
|
Schofthoogte
|
Reuen 53 cm; teven iets minder | |||
|
Gewicht
|
14 - 20 kg | |||
|
Vacht
|
Er zijn twee soorten vachten: kortharig en matig lang. Bij beide is de ondervacht dicht en zacht, de bovenvacht is dicht en middelmatig hard. Bij de halflange variëteit zijn de kraag, broek en staart overvloedig bevederd. Alle kleuren zijn toegestaan, maar wit mag nooit overheersen. | |||
|
Gebruik
|
Een specialist in het ophalen van schapen die over een uitgestrekt terrein verspreid zijn. | |||
|
Gezondheid
|
Fokdieren worden
onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en de aanwezigheid van
erfelijke oogafwijkingen. |
|||
|
Aard
|
Zeer intelligent, zeer
gevoelig, veelzijdig, initiatiefrijk, levendig, alert, met scherpe
instincten, leert graag en gehoorzaamt goed. Deze hond moet consequent
opgevoed worden. Voor zijn training is hondenkennis nodig evenals het
kunnen werken op basis van wederzijds respect.
|
|||
| Bijzonderheden | Regelmatig borstelen. | |||
|
|
||||
|
Bron: Raad van Beheer -
www.kennelclub.nl
|
||||