Hollandse Herder Ruwhaar

Hollandse Herder Ruwhaar

Informatie

Nederlandse Herdershonden Club
Vereniging voor de Hollandse Herder

Herkomst

De Hollandse Herdershond is een oud Nederlands ras dat omstreeks 1890 meer bekendheid kreeg. Sindsdien is het ras in uiterlijk en karakter nagenoeg onveranderd gebleven.
In vroegere eeuwen had men op het platteland bij de boeren en herders een veelzijdige hond nodig, een manusje van alles, dat weinig eisen stelde en aangepast was aan het harde bestaan van die tijd. Op honderden landschapsschilderijen, gravures en prentbriefkaarten uit de 19e eeuw staan duidelijk herkenbare Hollandse Herdershonden in hun oorspronkelijke vorm. Ze hadden staande of tiporen en een kortharige, langharige of min of meer ruwharige vacht. De Hollandse Herdershond behoort tot de hoedende herdershonden. Hij loopt daarbij hoofdzakelijk naast de schapen (hoeden) en niet erachter (drijven), zodat de schapen in alle rust kunnen grazen. Hij moet in staat zijn om de kudde op een door de baas aangewezen plek te houden door grenzen te zoeken en daarlangs heen en weer te lopen.
Herders hebben door de eeuwen heen honden voor de fokkerij geselecteerd die bij de kudde respect afdwongen zonder de dieren te verwonden. Het was verboden echt dóór te bijten! Het is daarom begrijpelijk dat een hondenras van een dergelijke oorsprong over het algemeen een hoge bijtdrempel heeft.
De Hollandse Herder is geen modehond; hij is niet zo bekend en is dat ook nooit echt geweest. Het bestand in Nederland bestaat uit ongeveer 2.000 kortharen, 1.000 langharen en 750 ruwharen. De belangstelling in het buitenland voor de "Hollander" neemt toe.

Algemeen voorkomen

Een evenredig gebouwde, gespierde en krachtige hond die iets langer dan hoog is. Hij heeft een intelligente en levendige uitdrukking.

Schofthoogte

reuen 57 - 62 cm; teven 55 - 60 cm

Gewicht

reuen gemiddeld 28 kg; teven gemiddeld 23 kg

Vacht

De ruwhaar heeft een dichte, warrelige, harde beharing met een wollige ondervacht, behalve aan het hoofd. De vacht moet goed gesloten zijn. Boven- en onderlip flink behaard (snor en baard). Ruige, afstaande wenkbrauwen. De haargroei op de schedel en aan de wangen is minder sterk ontwikkeld. Staart rondom sterk behaard. Flink ontwikkelde broek is gewenst. Kleuren: goud- en zilvergestroomd; ook blauwgrijs en peper en zout.

Gebruik

Herdershond en gezinshond.

Gezondheid

Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en op de aanwezigheid van de erfelijke oogafwijking glaucoom.

Aard

Aanhankelijk, gehoorzaam, volgzaam en waakzaam. Zeer trouw en betrouwbaar, met een groot uithoudingsvermogen. Actief en begiftigd met de ware herdershondenaard.
Zijn karaktereigenschappen vragen om een consequente opvoeding, om deze eigenschappen in de juiste richting te ontwikkelen. Het is niet nodig hard op te treden. Hij is zeer stemgevoelig; een boos "nee" of "foei" zal meer indruk maken dan een ruk aan een slipketting. Hij heeft een sterk gevoel voor rangorde en is niet een hond voor iedereen. Hij vraagt te allen tijde om duidelijke leiding. Ontbreekt die dan kan hij zelf de leiding nemen.
De "Hollander" is intelligent en leert snel. Hierdoor kan hij zich snel gaan vervelen. Er moet daarom voor variatie in de oefeningen worden gezorgd. Hij heeft veel beweging nodig. Lange wandelingen, naast de fiets, met de baas mee in de auto: hij zal alles waarderen en zich tot een fijne kameraad ontwikkelen.

Bijzonderheden

Nu en dan kammen en twee maal per jaar trimmen

Bron

Raad van Beheer

Joomla templates by a4joomla