Entlebucher Sennenhond

Entlebucher Sennenhond

Informatie

Nederlandse Vereniging voor Appenzeller, Entlebucher en Grote Zwitserse Sennenhonden

Herkomst

De kleinste van de vier Zwitserse Sennenhondenrassen (Alpenhonden). Dit ras vindt zijn oorsprong in de dalen van de Emme en de Entle in de kantons Luzern en Bern. De eerste beschrijving van een 'Entlibucherhund' stamt uit 1889. Gedurende geruime tijd werd er geen onderscheid gemaakt tussen de Entlebucher en de Appenzeller. De eerste standaard werd in 1927 opgesteld.

Algemeen voorkomen

Middelgrote, compact gebouwde hond, iets langer dan hoog.

Schofthoogte

reuen 44 - 52 cm, teven 42 - 50 cm

Gewicht

25 - 30 kg

Vacht

Stokhaar. Dekhaar kort, stevig aanliggend, hard en glanzend. Typische driekleur. Hoofdkleur zwart met roestbruine aftekening boven de ogen, aan de wangen en aan alle vier de benen. Witte aftekeningen aan het hoofd, hals, borst en voeten. Bruin moet tussen de zwarte en de witte gedeelten liggen.

Gebruik

Oorspronkelijk veedrijver, herders- en waakhond. Nu familie- en waakhond.

Gezondheid

Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en bepaalde erfelijke oogafwijkingen en moeten een rasgedragstest hebben doorstaan.

Aard

Levendig, temperamentvol, zelfverzekerd en onbevreesd; tegenover bekenden goedmoedig en aanhankelijk, tegenover vreemden iets wantrouwend. Onomkoopbare waker, opgewekt, intelligent en leergierig.

Bijzonderheden

De vacht vereist weinig onderhoud, wel regelmatig kammen en borstelen in de ruiperiode.

Bron

Raad van Beheer

Joomla templates by a4joomla